Democratie moet je onderhouden

Als liberaal in een extreem conservatief land is de Kroatische mensenrechtenactivist Mario Mažić controversieel tegen wil en dank: “Het is alsof je in een religieus conservatief gezelschap praat over evolutie.”

Mario Mažić werd in 1987 geboren in Petrinja, Kroatië. Als kleuter vluchte hij met zijn moeder en zus naar Oostenrijk, toen Petrinja onder controle kwam van Servische opstandelingen die zich verzetten tegen de onafhankelijkheid van Kroatië. Mažić' vader meldde zich voor het Kroatische leger. Na de oorlog keerde het gezin terug naar Petrinja. Als student in Zagreb werd Mažić actief voor het Jeugdinitiatief voor Mensenrechten, waarvan hij nu zeven jaar directeur in Kroatië is. Het organiseert symposia en uitwisselingsprogramma's voor jongeren, en adviseert gevraagd en ongevraagd over mensenrechtenkwesties. Tussen de bedrijven door studeert hij politieke wetenschapppen.
Mario Mažić werd in 1987 geboren in Petrinja, Kroatië. Als kleuter vluchte hij met zijn moeder en zus naar Oostenrijk, toen Petrinja onder controle kwam van Servische opstandelingen. Mažić’ vader meldde zich voor het Kroatische leger. Na de oorlog keerde het gezin terug naar Petrinja.
Als student in Zagreb werd Mažić actief voor het Jeugdinitiatief voor Mensenrechten, waarvan hij sinds 2008 directeur in Kroatië is. Het adviseert gevraagd en ongevraagd over mensenrechtenkwesties. Tussen de bedrijven door studeert Mažić politieke wetenschapppen.

Moeizaam is een understatement: Kroatië heeft ruim tien jaar moeten onderhandelen over zijn EU-lidmaatschap, dat het in 2013 uiteindelijk kreeg. Behalve een economische integratie moest het land vooral sociale hervormingen doorvoeren, vooral als het gaat om de rechten van minderheden als Serviërs, Roma of seksuele minderheden.

Wie denkt dat langzaam hervormen ook grondig gebeurt, komt bedrogen uit. Op papier is Kroatië nu een liberale democratie, maar rechten hebben is iets anders dan ze krijgen. In een vraaggesprek geeft Mažić zijn visie op de huidige Kroatische samenleving.

Heeft het EU-toetredingsproces de situatie wel verbeterd?

Instituties, zoals de wet en de rechterlijke macht, zijn zeker verbeterd door de EU-toetreding. Dat is goed en ik ben er dankbaar om. Het probleem is dat hervormingen niet worden gevolgd door verandering in de samenleving. De bedreiging van mensenrechten komt nu niet meer van de wetten en de overheid, maar uit de samenleving, van extreemrechtse groepen tot de kerk.

Dan doel je waarschijnlijk op het verzet tegen die hervormingen? Nationalistische activisten die Servischtalige bordjes van de muren rukken, of het door de kerk gesteunde volksinitiatief dat homo’s uitsluit van het huwelijk?

“Precies. We hebben de wetten die gelijkheid garanderen, maar kunnen ze niet toepassen. Dan is er dus geen echte vrijheid. Als burger maakt het mij niet uit of mijn rechten door de wet of de maatschappij worden beperkt. Feit is dat ik mijn rechten niet kan uitoefenen. En dat is een falen van de overheid.”

Is dat een teleurstelling?

“Wie anders had verwacht is romantisch of gestoord. Toen we het Jeugdinitiatief begonnen wilden we onszelf opheffen bij de EU-toetreding. We hoopten dan niet meer nodig te zijn… Naiëver dan dat ben ik nooit geweest.

Het is juist omgekeerd. Alles dat we moesten doen om de EU binnen te komen kan nu worden teruggedraaid, want niemand kan er iets van zeggen. EU-toetreding was voor veel mensen de ultieme acceptatie van onze samenleving: ‘Wat we ook denken, het is oké, want we zijn EU-lid.’

Deze regio is nog steeds intensief in conflict. We vermoorden elkaar momenteel niet, maar dat kan gauw weer beginnen. Als je de retoriek van nu vergelijkt met de jaren negentig zie je dat we geen meter zijn opgeschoten.”

Je bent vooral bekend wegens oproepen tot meer reflectie op het Kroatische oorlogsverleden in de jaren negentig. Dat veroorzaakt steevast heftige kritiek. Is het moeilijk die discussie te voeren?

“We proberen niet zoveel rekening te houden met wat beleefd is om te zeggen in Kroatië. We doen dan ook niet mee aan verkiezingen en hoeven ons niets aan te trekken van het publiek. Daar proberen we zoveel mogelijk gebruik van te maken.

Wij spiegelen ons aan de normale standaard voor mensenrechten en democratie. Daarom vallen we op.”

Wat zegt dat over Kroatië?

“Deze samenleving is dermate doordrenkt van mythes dat nuchtere vaststellingen extreem klinken. Voor het Joegoslavië-tribunaal is bijvoorbeeld meermalen bewezen dat Kroatië in de jaren negentig Bosnië aanviel uit nationalistisch eigenbelang, maar dat kun je hier nog steeds niet zeggen.

Dat wordt alleen maar erger. De nieuwe generatie leert dat de “thuisland-oorlog”, zoals het conflict om de onafhankelijkeid van Kroatië hier heet, een onaantastbare waarde heeft. Dat misdaden tegen Kroaten de grootste gruwelen ooit waren, en dat misdaden begaan door Kroaten gerelativeerd moeten worden.

Onderzoek toont aan dat de afstand die jongeren voelen tegenover Serviërs, Roma of seksuele minderheden twee keer zo groot is als in de jaren negentig, toen ik opgroeide. Toen was die verwijdering gaande. Maar nu is het debat gesloten. We discussiëren niet of de zon de aarde warm houdt, en evenzo discussiëren we niet over de oorlog. Dus stellen jongeren geen vragen.”

Je krijgt geregeld dreigbrieven. Is dat moeilijk om mee om te gaan?

“Bedreigingen horen erbij. Als een samenleving niet weet hoe ze moet discussiëren is dat het gevolg. Je raakt eraan gewend.

Wat mij betreft moet je nog veel moediger zijn om níets te doen. Als je weet hoe gevaarlijk nationalisme is en je staat het toe om de samenleving van binnenuit aan te tasten. Het gevaar van dit werk is veel kleiner dan het gevaar dat zou dreigen wanneer we het niet deden.”

Toch, waar haal je de energie vandaan voor dit gevecht?

“Ik voel het op mijn huid. Ik heb een vrij lastige jeugd gehad. Eerst moesten we vluchten voor de oorlog, daarna groeide ik op in de schaduw van die oorlog.

Mijn ouders beschermden me voor de consequenties. Maar toch raakte ik beschadigd door de mythes. Toen ik opgroeide kon je iemand beledigen door hem een idioot, een gemenerik of een Serviër te noemen. Ik zag Serviër niet als een identiteit zoals Kroaat. Het was iets smerigs, iets dan niemand wilde zijn.

Gedwongen worden om te vluchten is verschrikkelijk. Ik wens het niemand toe. Maar wat ik persoonlijk veel erger vind is dat ik leerde om niet te denken. Om de mythes te accepteren, doorvragen was ongepast. Ik wil niet dat mijn kinderen later opgroeien in zo’n samenleving.”

Heeft de rest van Europa hierin een rol te spelen?

“Wat ik graag meer zou zien is uitwisseling onder jongeren. Samenwerking op regeringsniveau heeft geholpen om instituties te verbeteren, wat rest is het maatschappelijk debat.

Wij moeten leren hoe een open samenleving functioneert, zoals Nederland. En zij kunnen uit onze ervaringen de motivatie halen om hun open samenleving te onderhouden.

Nu overal in Europa nationalistische bewegingen sterker worden, is het belangrijk te beseffen dat nationalisme dodelijk is. In West-Europa hebben jongeren dat niet zelf ondervonden. Wij wel.

Democratie is extreem broos, ze is het waard om je continu zorgen over te maken. Democratie is als je appartement opruimen. Als het schoon is moet je het schoon houden.”

%d bloggers like this: