Een flexibele identiteit

Joegoslaven zijn er nog steeds. En ze zullen ook wel blijven. Niet uit koppige nostalgie, maar omdat ze nergens anders in te delen zijn.

Een man draagt een Joegoslavische vlag naar het graf van Tito (foto: Joost van Egmond)
Een man draagt een Joegoslavische vlag naar het graf van Tito (foto: Joost van Egmond)

Vandaag geldt hij als een zonderling, maar Vladimir Kapuralin is overtuigd dat hij uiteindelijk het gelijk aan zijn zijde krijgt. In vol ornaat zwaait hij met een Joegoslavische vlag: “Nu is het moeilijk om Joegoslaaf te zijn”, geeft hij toe. “Je kunt een Kroaat en een Serviër vandaag lastig overtuigen dat hun landen dezelfde zijn. “Maar de worsteling van de arbeider is voor iedereen gelijk. Dat is wat Tito’s boodschap van socialisme én federalisme zo actueel maakt.”

Een instemmend gebrom gaat op onder de “joegofuturisten” die zich hebben verzameld bij het mausoleum van de sterke man van voormalig Joegoslavië, Josip Broz Tito. Voor mensen als Kapuralin is de Joegoslavische identiteit onlosmakelijk verbonden met socialisme. Zij zijn blijven geloven in het dubbelproject van de Federale Socialistische Republiek Joegoslavië. Echt Joegoslaaf worden kun je alleen onder het socialisme, en echt socialisme is er hier pas als Joegoslavië één is.

Geëvolueerd

Maar al voelen vele socialisten op de Westelijke Balkan zich Joegoslaaf, lang niet alle Joegoslaven zijn socialist. Het etiket is geëvolueerd, heeft de vorm aangenomen van een etniciteit, of beter; van een gebrek aan één dominante etniciteit.

“Ik kom uit Kroatië, woon in Belgrado met een Servische man en mijn grootvader is Hongaars…”, zegt een vrouw. “Servië als nationaliteit past me niet, maar ik kan daar buiten mijn eigen kring niet mee aankomen.” Daarom komt ze naar deze manifestatie. De klassenstrijd lokt haar weinig, maar het gebrek aan stammenstrijd tussen deze mensen uit alle hoeken van de Westelijke Balkan des te meer.

Ongeacht de grenzen bestaat Joegoslavië nog steeds.Ik pis op die grenzen…

Ze heeft geen zin om haar naam te geven. Joegoslaaf zijn is een beetje taboe. In elk van de zeven republieken die er uit Joegoslavië zijn voortgekomen, geldt het toch als een motie van wantrouwen tegen de nieuwe nationaliteit. Joegoslaven zijn mensen die niet meedoen met de nieuwe etnische indeling van de regio. “Het simpele bestaan van Joegoslaven toont de zinloosheid van de oorlogen in de jaren negentig”, stelt columnist Vladimir Ilić.

Toch blijft de Joegoslavische identiteit een uitweg voor die mensen die niet willen kiezen voor één van de hokjes waar ze sinds 1991 in worden geduwd. En ze zijn lang niet allemaal stil over hun voorkeur. “Ik pis op die grenzen”, zegt filmregisseur Srđan Dragojević. “Ongeacht de grenzen bestaat Joegoslavië nog steeds. Dat is niet zomaar nostalgie, het is echt en fysiek. Dat is belangrijk om uit te spreken.”

Die fysieke realiteit geldt bovenal voor kinderen uit ‘gemengde’ huwelijken. Voor hen is Joegoslaaf een comfortabele identiteit, één die past bij hun complexe afkomst in een regio waar het iedereen direct opvalt als bijvoorbeeld een voor- en achternaam niet dezelfde richting opwijzen.

Die gemengde afkomst is iets van ver voor de uitvinding van Joegoslavië, en werkt ook over nieuwe generaties door. Una Hajdari uit Kosovo werd geboren toen Joegoslavië al uiteenviel. Haar moeder is Slavisch, haar vader Kosovo-Albanees. Vanwege haar voornaam spendeert ze soms uren om haar stamboom uit te leggen. “Ik zou niet goed weten wat ik anders ben dan een Joegoslaaf”, zegt ze. Ze hoopt dat een volgende volkstelling het mogelijk maakt om die identiteit op te geven. Het zou haar wel eens tot de enige Joegoslaaf in Kosovo kunnen maken. Bij de vorige census in 2011 verscheen de groep niet in de statistieken.

Weg met de Joegoslaven

Overheden maken het Joegoslaven dan ook niet makkelijk. Ondanks dat er ongeveer een miljoen van hen rondliepen tijdens de laatste Joegoslavische census in 1991, werd het bepaald niet aangemoedigd in latere volkstellingen om je als Joegoslaaf op te geven.

Alles uit het voormalig Joegslavië kon worden opgedeeld, was de heersende opvatting. De voormalige Servische minister voor Minderheden verkondigde dan ook in 2010 dat Joegoslaven nooit als nationale minderheid konden gelden. “Ze hebben geen taal, geen schrift en geen literatuur.” De vraag wat te doen met een schrijver als Ivo Andrić; een Bosniër van Kroatische afkomst die Belgrado verkoos als woonplaats en in 1961 als Joegoslaaf een nobelprijs kreeg voor zijn boeken in het Servokroatisch, beantwoordde hij niet.

Joegoslaven blijken niet de meest assertieve minderheid, waarschijnlijk juist omdat ze zich aan etnische definities onttrekken

Het kwam de minister op een storm aan kritiek te staan, én op een initiatief van Joegoslaven om alsnog erkenning te krijgen als nationale minderheid. Dergelijke projecten vorderen moeizaam. Joegoslaven blijken niet de meest assertieve minderheid, waarschijnlijk juist omdat ze zich aan etnische definities onttrekken.

Het maakt de Joegoslavische identiteit, zoals Dragojević zegt, niet minder echt. Diverse clubs, fysiek en op internet, tellen op tot tienduizenden leden. En opiniepeilingen laten steevast meer Joegoslaven zien dan de volkstellingen.

Over uitsterven hoeven Joegoslaven zich voorlopig dan ook geen zorgen te maken, ook al met dank aan de diaspora. Alleen al de Verenigde Staten tellen volgens de laatste volkstelling meer dan 300.000 Joegoslaven. De etnische verhokking in het ex-moederland is langs hen heen gegaan.

De Joegoslavische eeuw

De moderne Joegoslavische identiteit had lang nodig om te groeien. De basis werd gelegd in de negentiende eeuw met de standaardisering van de meeste zuid-Slavische dialecten tot een gemeenschappelijke taal: het Servokroatisch. Een land dat later bekend zou raken als Joegoslavië ontstond na de Eerste Wereldoorlog, maar dat ging de eerste jaren veelzeggend door het leven als Koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen. Pas vanaf 1929 heette het Joegoslavië, waarop het in de Tweede Wereldoorlog werd verscheurd door een burgeroorlog.

egmond_joegoslaven_tabel

Vanaf 1944 maakte het socialistische bewind echt werk van de vorming van een multi-etnische Socialistische Federale Republiek Joegoslavië SFRJ, met Joegoslaven als inwoners. Met flink wat druk van bovenaf sloeg dat aan. Mensen die in de SFJR geboren waren begonnen zich in toenemende mate Joegoslaaf te voelen, met een piek bij de volkstelling van 1981. Maar ook dat was relatief. ‘Joegoslaven’ maakten nooit meer dan een paar procent van de Joegoslavische bevolking uit. Het merendeel bleef zich identificeren als Serviër, Kroaat, Sloveen of wat dies meer zij.

Na 1981 ging het snel bergafwaarts. In twintig jaar tijd verdwenen er meer dan een miljoen Joegoslaven. Velen vielen terug op de etniciteit die hun ouders hadden opgegeven. Kroatië zag de grootste terugloop. Heel wat mensen die zich Joegoslaaf voelden vluchtten na de oorlog in 1995 naar Servië en lieten zich daar als Serviër inschrijven. Bosnië verloor waarschijnlijk veel Joegoslaven aan het nieuwe etiket Bošnjak, een bredere verzamelnaam voor wat vroeger bekend stond als moslims. Weer anderen gaven zich op als ‘Jedi-ridder’ of ‘buitenaards wezen’, een wereldwijde trend die in de regio opmerkelijk populair is.

Dit artikel verscheen eerder in tijdschrift Donau

%d bloggers like this: