Waarom de Balkan onrustig blijft

Om de haverklap zijn er heftige betogingen in Zuidoost-Europa tegen zo ongeveer alles dat met politiek te maken heeft. Wen er maar aan.

Tuzla, Bosnië, na een demonstratie in februari 2014 (foto Joost van Egmond)
Tuzla, Bosnië, na een demonstratie in februari 2014 (foto Joost van Egmond)

Wie de afgelopen jaren heeft geturfd hoe vaak de Bosnische, Bulgaarse of Roemeense lente is uitgeroepen zou wel eens kunnen denken dat het allemaal met een sisser is afgelopen. Protestbewegingen die iedereen verrasten door in een paar uur tienduizend man op de been te brengen om overheidsgebouwen te bestormen zitten in het verdomhoekje. Het is alweer overgewaaid.

Dat wil zeggen, specifieke protesten tegen specifieke wantoestanden zijn inderdaad overgewaaid, maar de algemene onvrede blijft. Het is vooral een kwestie van aftellen voor er weer iets groters begint. In Bosnië, Bulgarije of waar dan ook.

Veel Roemenen hebben het gehad met alle politici: "we hebben genoeg van jullie" (foto: Joost van Egmond)
Veel Roemenen hebben het gehad met alle politici: “we hebben genoeg van jullie” (foto: Joost van Egmond)

Want als er in de afgelopen jaren van onrust iets duidelijk is geworden is dat veel mensen op de Balkan genoeg hebben van de manier waarop hun landen worden bestuurd. Ze willen een transparante overheid met een plan. Eén die voorspelbaar optreedt en niet steeds bezig is met pappen en nathouden. Die wens overstijgt de “klacht van de dag”, en is dan ook niet opgelost met het inwilligen van een paar specifieke eisen. Juist niet.

Alles moet weg!

In Roemenië concentreerden protesten zich op een geplande goudmijn die verwoestende milieueffecten kan hebben. Die plannen zijn inmiddels van de baan, maar dat heeft weinig gedaan om de populariteit van premier Victor Ponta te verhogen. Achter de goudmijn bleek een totale onvrede met de manier van regeren schuil te gaan. “We hebben genoeg van jullie”, werd al snel één van de meest populaire kreten van de demonstranten. De oude methode van proefballonnetjes oplaten en snel weer intrekken werkt niet meer. “Het gaat mij er niet om wat Ponta vandaag over de goudwinningsplannen zegt. Wat ik wil is dat hij eens naar ons luistert”, zei een demonstrant.

'bebolutie', Sarajevo juli 2013
‘bebolutie’, Sarajevo juli 2013

Datzelfde patroon zie je in Bosnië. Vorige zomer had daar een “bebolutie” plaats toen duizenden ouders de straat opgingen voor het recht om hun baby’s bij de gemeente te registreren. Die inschrijving lag maanden plat door een politieke ruzie over gemeentelijke indeling. Betogers bestormden het parlement en verleenden hun politieke klasse ‘ontslag’, zonder aanzien des persoons.

In een land waar politiek vooral retoriek is, werden bestuurders plotseling op resultaten afgerekend. De babyregistratie was twee maanden later in orde, maar de geest was uit de fles. Een paar maanden later was het weer raak, deze keer met wanbeheer bij geprivatiseerde staatsbedrijven als aanleiding. Ook die rel is inmiddels wel gesust, maar het is wachten op de volgende.

Ons perspectief is goedkope sigaretten / en bier uit de supermarkt — SARS

De reden daarvoor is simpel, mensen zien geen perspectief. Niet voor niets is het lijflied van veel opstandelingen perspektiva van de band Sars: “Ons perspectief is goedkope sigaretten / en bier uit de supermarkt”. Vraag iemand waarom hij demonstreert en het antwoord is doorgaans “nemamo gdje!” – “we kunnen geen kant uit”. Politiek is eerder een obstakel dan een middel op weg naar een betere toekomst.

Nu kun je een paar boeken vol schrijven over hoe specifiek de problemen van Bosnië zijn, maar op dit niveau van algehele onvrede kun je moeiteloos copy-pasten op andere landen in de regio.

In Bulgarije wordt nu al een jaar lang dagelijks gedemonstreerd zonder concrete actiepunten. “Alles moet weg”, net als in Bosnië of Roemenië. “Dit gaat over waardigheid, over een totaal gebrek aan vertrouwen in de instituties”, analyseerde Kiril Avramov van de denktank Political Capital vorig jaar al. Met die fundamentele afwijzing kan de regering niet omgaan.

“De politiek heeft heel slecht begrepen wat er gebeurt op de straten van Sofia. De regering probeert een uitruil van belangen zonder iets aan de structuur te veranderen. De echte problemen worden niet aangepakt. We zitten in een snelkookpan, maar niemand haalt het deksel er af.”

Met overheden als deze wordt je vanzelf modelburger

Net als met een beetje stevige snelkookpan kan deze situatie nog best even voortduren voor het deksel er écht af knalt. De Balkan is na decennia van achterstallig onderhoud murw gebeukt.

Voor iedere demonstrant die het kan opbrengen om de straat op te gaan, blijven er tien sympathisanten uitgeblust thuis. In opiniepeilingen geven ze aan dat ze verandering willen, maar ze weten niet hoe. Alle kleuren van het politieke spectrum zijn inmiddels wel aan de macht geweest en geen enkele beviel.

Banja Luka, juli 2013 (foto: Joost van Egmond)
Banja Luka, juli 2013 (foto: Joost van Egmond)

De meeste politici kregen via de achterdeur een tweede en derde kans. Door de hele regio zijn de spelers op het politieke toneel al zeker tien jaar dezelfde. Nieuwelingen komen doorgaans binnen door connecties met de oude garde, geregeld zelfs familiebanden.

Zelden staat er een straf op wanbeleid. Vermaard werd de Servische minister van Financiën die zich beklaagde dat het vorige kabinet er een potje van had gemaakt, een kabinet waarin hij zelf jaren de post Financiën beheerde. Slovenen kunnen binnenkort kiezen tussen twee premierskandidaten; de één is door een onafhankelijke commissie aanbevolen voor vervolging wegens corruptie, de ander is daarvoor al door de rechter veroordeeld. Kosovo heeft een premier die wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid. Enzovoorts.

Talentvolle jonge mensen kun je met geen mogelijkheid geïnteresseerd krijgen in iets dat zo bedorven is als politiek — Srdja Popović

Geen wonder dat thuisblijven en blancostemmen zo’n grote vlucht neemt. Vooral jongeren wenden zich massaal af van politiek. “Talentvolle jonge mensen kun je met geen mogelijkheid geïnteresseerd krijgen in iets dat zo bedorven is als politiek”, zegt Srdja Popović, ooit staatssecretaris in Servië, en tegenwoordig adviseur van protestbewegingen door de hele wereld. Hij ziet de huidige bestuursstijl als pijnstiller-politiek. “Niemand heeft een visie. Je kunt een Serviër martelen, maar dan nog zal hij je niet het verschil kunnen vertellen tussen de grote partijen in dit land.”

Popović ziet het antwoord in “people’s power”. Geen nieuwe partijen die toch weer teleurstellen, maar waakzame, mondige burgers: “Burgers leren hun politici ter verantwoording te roepen. Dat zie je van Brazilië tot Turkije tot de Balkan.”

Skopje, mei 2015 (foto: Joost van Egmond)
Skopje, mei 2015 (foto: Joost van Egmond)

Dat leerproces is volop bezig. Voor een rake analyse van wat er mis is, hoef je echt niet meer bij een hoogleraar politicologie te zijn. Een laborant in Tuzla kan je haarfijn uitleggen waarom de chemische fabriek waar ze werkte failliet ging. Ook de voetbalfans van Rode Ster Belgrado weten dat hun club dit jaar uit de champions league is gegooid vanwege financieel wanbeleid door het bestuur, ondanks een goedkope poging van dat bestuur om de schuld bij de Europese voetbalbond te leggen. “De Uefa is hier niet de mafia. De shit zit bij ons”, analyseerde een fan op facebook.

Iedere aanleiding is voldoende om een breed scala aan klachten over de manier van besturen naar boven te brengen. Dat gaat met horten en stoten. In Bosnië probeerden burgerfora dit voorjaar zelf een directe democratie op te bouwen. Die discussies verzandden voorspelbaar in geharrewar. Maar een gebrek aan oplossingen doet het probleem niet verdwijnen. Zolang politici niet zelf met een echt perspectief komen, is het wachten op de volgende uitbarsting.

%d bloggers like this: