‘Wij zijn niet gewend aan stabiliteit’

Aan de vooravond van de Kroatische EU-toetreding in 2013 blikte de sociaaldemocraat Ivan Račan terug en vooruit op de Europese integratie van zijn land:. ‘De EU biedt een kans op stabiliteit. Dat is iets waar we naar zouden moeten smachten.’

Ivan Račan op zijn plek in het Kroatische parlement
Ivan Račan op zijn plek in het Kroatische parlement

Geschiedenis is op de Balkan niet iets dat je uit boeken leert. Die worden te vaak herschreven om ze nog serieus te nemen. Het is iets persoonlijks, een kroniek die je meedraagt. En die vertelt een verhaal van chronische instabiliteit.

‘Mijn grootmoeder woonde nooit verder dan 50 kilometer van Zagreb, maar wisselde vijf keer van land.’ Račan somt ze op: Het Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk heerste over Kroatië tot het einde van de Eerste Wereldoorlog. Vervolgens ging het op in Joegoslavië, verenigd onder de Servische koning. De Tweede Wereldoorlog bracht een zogenoemde ‘Onafhankelijke Staat Kroatië’, gesteund door Hitler en Mussolini. Een tweede, socialistisch, Joegoslavië hield het uit tot 1989, waarna de grootste Europese oorlog van de afgelopen halve eeuw een nieuw Kroatië voortbracht.

We hernoemen de straten elke paar jaar, tot mensen niet meer weten waar ze wonen

‘In zo’n omgeving is het onmogelijk een traditie op te bouwen. We zijn een verhitte samenleving. We hernoemen de straten elke paar jaar. Tot het punt waarop mensen niet meer weten waar ze wonen.’

Het hap-snap oordelen over de geschiedenis leidt tot een verknipt beeld. Net zoals mensen hun straatnaam niet kunnen onthouden, verdwalen Kroaten in hun verleden. Over de fascisten die een onafhankelijk Kroatië stichtten, met steun van de nazi’s. Of over hun tegenstrevers, de communistische partizanen die het tweede Joegoslavië oprichtten. Het is voor Račan een typisch voorbeeld: ‘Partizanen worden nu gezien als mindere Kroaten, terwijl de fascisten krediet krijgen dat ze tenminste Kroatië als land op de kaart zetten. De ideologische problemen tellen niet.’

Geen middenweg

Ivan Račan lijkt in niets op het ijdele, elitaire stereotype dat Kroaten graag van hun politici scheppen. Het liefst sjokt hij op sandalen door het parlement waar hij sinds twee jaar een zetel heeft voor de sociaal-democratische regeringspartij SDP, een rugzak losjes over een schouder. En hij is bedachtzaam. Als hij iets wil vermijden is het zwart-wit denken.

‘Wij hebben een probleem met het politieke midden. Dat zie je in veel landen, maar ik weet niet zeker of het ergens zo sterk is als in Kroatië. Er is geen ruimte voor debat, voor twijfel. Deze samenleving is eraan gewend dat de leider beslist en ze vertelt wat te doen en wat te denken.’

Račan is veertig, maar kent zijn Kroatische geschiedenis van dichtbij. Zijn vader was Ivica Račan, een prominent politicus van de jaren zeventig tot zijn dood in 2007. Meer dan wie dan ook vertegenwoordigde hij de gematige stroming in de Kroatische politiek, een zeldzame soort.

Dat was dan ook doorgaans de verliezende kant. Als hervormingsgezind leider van de communistische partij van Kroatië deed hij zijn uiterste best om het uiteenvallen van Joegoslavië zonder bloedvergieten te laten verlopen. Zijn pro-EU socialisme gedijde evenmin in het nationalistische klimaat van de jaren negentig. Ivica Račan was de bruggenbouwer in een land dat houdt van extremen.

‘Mijn vader kende uiteindelijk meer mislukkingen dan successen’, zegt Račan. ‘Maar de doelen waarvoor hij zich inzette waren dan ook ongekend groot.’ Een belangrijk doel was EU-lidmaatschap. Račan herinnert zich de eerste mislukte pogingen van zijn vader om Joegoslavië in de jaren tachtig de toenmalige EEG binnen te loodsen. ‘Ik was jong, maar uit wat hij zei werd mij duidelijk dat zoiets mogelijk was. Toen hij ophield te geloven dat Joegoslavië lid kon worden, begon hij te denken over manieren voor Kroatië om toe te treden.’

Joegoslavië viel uiteen toen Ivica Račan, als leider van de Kroatische delegatie, het congres van de communistische partij in Belgrado verliet. Veelzeggend genoeg was dat toen het Servië van Slobodan Milošević een voorstel torpedeerde dat het land dichter bij de EU kon brengen.

Als gematigd hervormer had Ivica Račan de ondankbare taak in 1990 de verkiezingen in te gaan. Op een onhoudbare middenpositie tussen de communisten, die werden geassocieerd met Servië en Milošević, en de radicale nationalisten van Franjo Tuđman. ‘Ik krijg klappen van alle kanten, en dat is goed’, zei hij monter. ‘Zo kan ik niet vallen’.

Zijn zoon grinnikt als hij de anekdote vertelt. ‘In 1990 was mijn vader voor de Serviërs een fascist, terwijl Kroaten hem zagen als een communistische dictator. Het maakte hem gelukkig omdat hij wist dat hij geen van beiden was.’

De ironie van de geschiedenis: Ivan Račan voor een olieverfschilderij met Tuđman
De ironie van de geschiedenis: Ivan Račan voor een olieverfschilderij met Tuđman

Tuđman won, en zijn mix van conservatief-nationalisme beheerste de jaren negentig. De afscheidingsoorlog gaf geen ruimte voor subtiliteit. Kroatië wist vooral wat het níet was: communistisch, Joegoslavisch, seculair… Het omdopen van straatnamen nam een grote vlucht. Bovenal was Kroatië heel zeker waar het níet lag: op de verafschuwde Balkan.

‘Kroaten wilden de Balkan ontvluchten’, zegt Račan. ‘Het werd gezien als een last. In de negentiende eeuw was Joegoslavische eenheid nog een Kroatische droom, we zagen het als de manier om van Oostenrijk-Hongarije af te komen. In de twintigste eeuw werd dat realiteit met de stichting van Joegoslavië, en het werd een ellendige mislukking. Dat maakt dat er nu vrijwel geen discussie meer is waar Kroatië ligt. We willen een West-Europees land zijn. Punt uit.’

Maar West-Europa werkte niet direct mee. Terwijl buurland Slovenië aansluiting zocht bij de EU, raakte Kroatië geïsoleerd. Het was een kostbaar tijdverlies.

We staan al meer dan dertig jaar stil. Mijn generatie heeft geen vooruitgang gezien

Pas in 2000 kreeg Ivica Račan de kans vier jaar als premier het land te leiden. Het was de doorslaggevende periode voor EU-toetreding. Na de jaren van isolatie onder Tuđman keek Ivica Račan weer naar buiten. Hij meldde zijn land aan voor EU-lidmaatschap. Het gaf hem een intense voldoening, vertelt zijn zoon: ‘Voor hem was het een voorzetting waar hij in 1990 had moeten stoppen.’

De dag in 2001 dat Račan het cruciale eerste associatieverdrag met de EU ondertekende, was ook de dag dat Milošević door het Joegoslaviëtribunaal werd aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden in Kroatië. ‘Mijn vader kwam ‘s middags op zijn hotelkamer, zette de televisie aan en hij zag Milošević. Dat was voor hem een bevestiging. Ze waren begonnen op dezelfde plek, de communistische partij. Ze kozen hun eigen weg, en dit was waar ze tien jaar later eindigden.’

Erfenis

De toetreding maakt Ivica Račan niet meer mee. Hij overleed in 2007. Ook over zijn plek in de geschiedenis moest direct worden gediscussieerd, vertelt Ivan Račan: ‘Partijgenoten begonnen een campagne om een plein naar hem te vernoemen. Ik heb toen voorgesteld om twintig jaar te wachten. Het maakt niet uit hoe groot je was. We zijn te snel. Er moet tijd overheen gaan, een nieuwe generatie moet zijn oordeel geven.’

Wachten valt Kroaten moeilijk. Dat overschaduwt ook de EU-toetreding. Velen zijn bang dat Kroatië net op tijd lid wordt om het einde van de Unie mee te maken. Maar Račan wijst met klem op één essentieel verschil met alle staatsvormingsprojecten waar zijn grootmoeder mee geconfonteerd werd.

‘Deze keer hebben we tenminste gekozen. Kroaten is hun mening gevraagd, voor de eerste keer in de geschiedenis. Dat geeft me hoop.’

We worden hier niet in gedwongen, en wie zegt van wel begrijpt zijn geschiedenis niet. Als het mis gaat? Veel goede dingen gaan mis. Maar ik denk niet dat er een alternatief is.’

Succes hangt vooral af van de economische ontwikkeling. Een reden voor het Kroatische ongeduld is stagnatie. Račan wijst erop dat de welvaart door de crisis is teruggevallen naar het niveau van 1979. ‘We staan al meer dan dertig jaar stil. Mijn generatie heeft geen vooruitgang gezien. Als politici worden we geconfronteerd met kiezers die niet meer geïnteresseerd zijn in oorzaken. Ze willen oplossingen.’

Integratie in de EU wordt dus een kwestie van tegen de wind in fietsen en hopen op het beste. ‘EU-lidmaatschap geeft ons een kans op stabiliteit voor een langere periode. Om ons in rust verder te ontwikkelen.’

‘Wie denkt dat we er met de toedtreding al zijn houdt zichzelf voor de gek. Volgende week gaat de deur open naar West-Europa. Kroatië krijgt de mogelijkheid om bij te dragen, in plaats van hulp nodig te hebben. We hebben een inhaalslag gemaakt. Maar dit is absoluut niet het eindpunt.’

%d bloggers like this: